Verlegen zijn is helemaal niet erg en zeker lang niet altijd zorgelijk. Zodra een kleinkind echter belemmerd wordt door zijn verlegenheid, kan het tijd worden om in te grijpen. Verlegenheid is dan angst voor andere mensen. Een verlegen kleinkind – hoe help jij hem?
Verlegenheid betekent angst voor andere mensen. Bij kinderen is verlegenheid niet altijd direct zorgelijk. Er zijn zat situaties waarin kinderen geconfronteerd worden met vreemden waar ze bang voor zijn, of waar ze onzeker van worden. Dat is ook goed. Maar soms slaat dit gevoel door en wordt je verlegen kleinkind belemmerd door zijn verlegenheid.
Het is cultureel bepaald
Volgens psychologen is verlegenheid deels cultureel bepaald. Wat sommigen verlegen noemen, benoemen andere mensen weer als ‘de kat uit de boom kijken’. In de Nederlandse cultuur wordt assertiviteit enorm gewaardeerd en lijkt het al snel alsof kinderen afwachtend en bescheiden zijn en daarom een probleem hebben. Dat hoeft echter niet altijd het geval te zijn.
Onderdeel van de ontwikkeling
Het komt voor dat verlegen gedrag een onderdeel is van de ontwikkeling. Een peuter die van zichzelf bewust wordt, kan als keerzijde het tegendraadse, juist verlegen gedrag vertonen. Je kleinkind is bezig met zijn eigen ‘ik’ te ontdekken. Zo ontdekken peuters de kracht van ‘nee’-zeggen. Tegelijkertijd worden peuters zich ook erg bewust van hun omgeving, wat tot verlegen gedrag kan leiden.
Het is niet de bedoeling dat alle verlegen kinderen assertief worden. Ouders en grootouders moeten er alleen voor waken dat er ook ruimte blijft voor kinderen die bescheiden zijn. Bescheidenheid wordt vaak verward met verlegenheid. Misschien is jouw verlegen kleinkind niet verlegen, maar alleen bescheiden.
“Het moment van ingrijpen is daar,
als de verlegenheid jouw kleinkind tot last is”
Het moment van ingrijpen
Die verlegenheid of bescheidenheid kan helaas niet alleen positieve situaties met zich meebrengen. Het komt voor dat kinderen die verlegen of bescheiden zijn, zichzelf te kort doen of zelfs angsten gaan ontwikkelen. Een kleinkind dat last heeft van zo’n vorm van verlegenheid, kan de hele dag gespannen zijn. Dat is niet goed.
Het moment van ingrijpen is daar, als de verlegenheid jouw kleinkind tot last is. Een kind kan niet altijd alles ‘vanzelf’ oplossen of er overheen groeien. Soms moet er echt even geholpen worden door grootouders en ouders. Door veel liefde en het vergroten van het zelfvertrouwen kan jij jouw kleinkind uit zijn schulp trekken.
Verlegen? Gebruik geen labels
Een manier om je kleinkind te helpen, is om jouw kleinkind niet ‘verlegen’ te noemen. Sta ook niet toe dat anderen dit doen. Gebruik geen labels om het gedrag van jouw kleinkind te categoriseren. Jouw kleinkind zou namelijk kunnen gaan leiden onder het etiket dat hij opgeplakt krijgt. Door het gebruik van labels en etiketten te vermijden, help jij jouw kleinkind direct al.
Een gesprek kan wonderen verrichten
Praat een keertje met jouw kleinkind over zijn angsten en onzekerheden. Vaak begrijp je als opa of oma maar al te goed wat jouw kleinkind doormaakt. Veel van de angsten en onzekerheden veranderen namelijk niet door de jaren heen. Vertel dat ook, geef woorden aan de gevoelens van je kleinkind, zodat hij ook kan begrijpen wat hij doormaakt. Als hij het begrijpt, kan hij ermee leren om te gaan.
Wees een veilige plek
Zorg ervoor dat jouw kleinkind zich regelmatig kan ontladen van alle spanningen die hij/zij opdoet. Heeft jouw kleinkind voor een lastige situatie gestaan of worden zijn onzekerheden de baas over hem? Dan moet je kleinkind die gevoelens even kwijt. Als opa of oma vorm jij een veilige plek voor je kleinkind waar hij even niet hoeft na te denken en gewoon zichzelf kan zijn.
Je hoeft er niet altijd direct over te praten. Het is verstandig om eerst even iets anders te doen als je kleinkind komt. Eerst een spelletje starten of even ravotten in de tuin. Pas daarna, onder het genot van een kopje thee en een koekje, kan je de situatie rustig met elkaar bespreken.