Een kind zorgt bij zijn geboorte al voor verandering in het leven van zijn ouders en eventuele broertjes en zusjes. Maar daar laat hij het niet bij. De kleine heeft ook effect op de verhoudingen tussen zijn ouders en grootouders. Ofwel jouw relatie met je kind.
Meestal is een kleinkind een pure bron van vreugde en verdiept het de familiebanden. Jij en je kind zijn nu immers “collega’s”, want zij zijn nu ook ouders. Maar in een enkel geval komt er ineens wrijving tussen je eigen kind en jou over hoe vaak je de kleine ziet of hoe je er mee omgaat. Wat daar de oorzaak van kan zijn en hoe je dat omzet naar een positieve ervaring lees je hier.
Een kleinkind erbij is niet altijd alleen maar leuk
Als het goed is, is een kind het levende bewijs van de liefde van zijn ouders voor elkaar. Het is hún kindje en zij willen het graag zelf opvoeden. Voor de grootouder is het kleinkind ook belangrijk. Toch moet je je eigen behoefte aan contact met je kleinkind afstemmen op de wensen van je eigen kind en diens partner.
Het kan zijn dat je het niet zo vaak mag zien of er op passen als je wilt. Het kan ook andersom. De ouders hebben een volle agenda en denken te vaak: “Opa en oma passen wel op.” Terwijl jij en je partner zelf druk bezet zijn. De appel valt tenslotte niet ver van de boom. Dan hebben we het alleen nog maar over hoe váák je contact hebt met je kleinkind. De manier waarop je met de kleine omgaat, kan ook een onverwachte bron van onenigheid zijn.

Uitvergroting van je relatie met je kind
Praktisch elke ouder maakt fouten bij het opvoeden, De een meer dan de ander. Kinderen accepteren dat soms stilzwijgend. Omdat ze op dat moment te klein zijn om te zien dat er iets niet klopt. Of ze nemen zich voor zodra ze volwassen zijn, hun eigen leven anders in te richten. Ze hebben je die fouten vergeven, dus de band tussen jullie is prima.
Maar als je de oude manier van omgang gaat toepassen op hun eigen kind, is er ineens wrijving. Iets uit het verleden vergeten is één ding. Maar het weer laten gebeuren, bij hun eigen kroost, is iets heel anders voor volwassen kinderen.
Als die wrijving er is, is het te hopen dat jullie er over kunnen praten. Hoe pijnlijk het ook is, hoor de verwijten aan. Als die eenmaal op tafel liggen is er ruimte voor herstel. Van jouw relatie met je eigen kind. Achteraf gezien, is dat herstel een groots cadeau dat je van je kleinkind hebt gekregen.

Voortzetting of zelfreflectie
In Nederland is de sfeer in het gezin veranderd van bevelshuishouding naar onderhandelingshuishouding. Niet omdat “de tijden veranderen” maar omdat mensen veranderen door nieuwe inzichten.
Als grootouder heb je dan ook de keus: blijf ik consequent, vasthoudend aan vroeger, of ga ik me anders opstellen tegenover mijn kleinkind? Toepassen wat ik geleerd heb in het leven.
Door anders met je kleinkind om te gaan, kan je eigen kind verbaasd reageren: “Dat wilde je vroeger niet. Waarom kan je het nu wel?”
Ga niet in de verdediging maar leg uit dat jij gegroeid bent over de jaren. Dat je nu inziet dat het beter kan. Dat geeft je kind ook de ruimte om eens zijn hart te luchten over wat hem vroeger dwars zat.
Daarnaast kan het een zekere druk van je kind afhalen. Het leert hem dat hij als ouder ook fouten mag maken, dat maakt hem niet tot een slechte opvoeder.
Een kleinkind is een geschenk, maar niet altijd op de manier die je denkt.