Het komt helaas overal voor: pesten. Het is niet leuk als jouw kleinkind gepest wordt. Nog erger? Als jouw kleinkind degene is die andere kinderen pest! Het is een soort taboe om erover te praten. Ontdek hier alles over het taboe: mijn kleinkind pest anderen.
Je krijgt al nare gevoelens bij het idee. Je kleinkind pest anderen. Jouw kleinkind doet dat toch niet? Dat denken veel opa’s en oma’s. Je schrikt waarschijnlijk als je van iemand hoort dat jouw kleinkind toch echt een pestkop is. Je kunt en wilt het gewoon niet geloven.
Pesten komt helaas vrijwel altijd voor op school. Vooral in de hoogste klassen van de basisschool en de eerste klassen van de middelbare school kan jouw kleinkind te maken krijgen met pesten. Daarnaast gebeurt het pesten niet alleen op school. Het kan ook gebeuren via het internet, op de vereniging of op straat.
Taboe: mijn kleinkind pest anderen
We willen er liever niet over praten. Toch bestaat er de kans dat jouw kleinkind niet degene is die gepest wordt, maar de pestkop is. Wij van Opa ’n Oma vinden het belangrijk om allerlei taboes te doorbreken. Deze keer pakken we het taboe aan van een pestkop als kleinkind. Waardoor kan je kleinkind gaan pesten, wat zijn de gevolgen en (het belangrijkste) wat kan jij eraan doen?
Waarom pesten we elkaar?
Iedereen is anders. We beginnen ons zelf te onderscheiden als we nog kinderen zijn. Waarom een kind precies gaat pesten is niet helemaal duidelijk. Het kan zo zijn dat jouw kleinkind het normaal vindt om agressief te reageren op een ruzie. Dat kan resulteren in pesten.
In andere gevallen heeft het te maken met inlevingsgevoel. Niet ieder kind kan zich even goed verplaatsen in een ander. Zij voelen nauwelijks verantwoordelijkheid voor hun eigen daden en zien dus niet in dat pesten iets slechts is. Een laatste optie is dat jouw kleinkind anderen is gaan pesten door wat hij/zij thuis heeft meegemaakt.
“De kans bestaat dat jouw kleinkind de pestkop is”
Grapje loopt uit de hand
Bij kinderen komt het regelmatig voor dat het begint bij plagen. Zodra andere vriendjes en klasgenoten toekijken en zelfs meedoen, kan het plagen al snel veranderen in pesten. Dit vergroot de kans dat er tevens geen einde komt aan het pesten.
Er ontstaat een nare situatie zodra er steeds meer kinderen mee gaan doen. Pesten werkt namelijk aanstekelijk. Zodra één kind anders is en het mikpunt is geworden, zijn er altijd meelopers die bijdragen aan het pesten. Of jouw kleinkind nu de hoofdpestkop is of meeloper, het is uiteindelijk net zo erg.
Mijn kleinkind pest anderen vast niet
Het is niet geheel naïef om te denken dat jouw kleinkind niemand pest. Pesters zijn namelijk erg moeilijk te herkennen. Kinderen gedragen zich over het algemeen anders bij familieleden, zoals ouders en grootouders, dan als ze met vriendjes zijn. Denk maar terug aan jouw eigen jeugd. Gedroeg jij je altijd hetzelfde?
Heb je toch een soort vaag vermoeden dat jouw kleinkind anderen pest? Houd hem dan extra goed in de gaten. Let tijdens het spelen in de speeltuin bijvoorbeeld goed op hoe het contact met andere kinderen verloopt. Bovendien kan je ook de docenten voor hulp inschakelen als je vermoedt dat jouw kleinkind iemand op school pest.
“Of je kleinkind nu de hoofdpestkop of
een meeloper is, het is uiteindelijk net zo erg”
Dit kun je eraan doen!
Pesten kan enorme gevolgen hebben op een persoon. Als je erachter bent gekomen dat jouw kleinkind anderen pest, dan is het tijd om actie te ondernemen! Vraag bijvoorbeeld je kleinkind wat er gebeurd is in de situatie en waarom hij zo deed. Misschien heeft je kleinkind zelf niet door dat wat hij doet, verkeerd is.
Probeer erachter te komen waarom jouw kleinkind anderen pest. Keur daarbij niet gelijk je kleinkind af als persoon! Help het kind eerder om dit gedrag te veranderen en om op een positieve manier om te gaan met andere kinderen. Maak bijvoorbeeld afspraken en regels samen met jouw kleinkind zodat hij weet hoe hij de volgende keer in zo’n situatie zich moet gedragen.
Maak vooral duidelijk aan je kleinkind dat pesten echt niet goed is. Vertel hierbij hoe vervelend het is voor de slachtoffer. Zo kan jouw kleinkind inzien dat het erg naar is wat hij een ander aan doet. Verzin dan ten slotte samen oplossingen om het pesten een volgende keer te stoppen.
Met opa en oma kan je altijd praten
Merk je dat jouw kleinkind als nog moeite heeft om te stoppen met pesten? Zorg er dan voor dat hij weet dat hij altijd bij jou terecht kan. Spreek bijvoorbeeld af om na een tijdje weer te praten over het pesten. Door je kleinkind er steeds op te wijzen dat het niet goed is, kan het uiteindelijk ook doordringen.
Dwing echter niets op! Dat zal averechts werken bij kinderen. Als ze te horen krijgen dat ze iets niet mogen, willen ze het alleen maar meer. Probeer daarom in te spelen om het medeleven. Leer je kleinkind zich te verplaatsen in de ander en zo zijn gedrag te veranderen.
Heb jij een goudentip om jouw kleinkind te laten stoppen met pesten of heb jij ervaring met eenzelfde situatie? Deel die wijsheid op onze Facebookpagina met andere grootouders.