Mensen zijn allemaal anders. We hebben andere behoeften, andere talenten, andere gedachten en andere meningen. Gelukkig maar! Dit betekent ook dat er andere grootouders zijn: we zijn niet allemaal hetzelfde, dus ook grootouders niet.
Veel ouders (en grootouders) vergeten soms wel eens dat ieder mens anders is, dus ook grootouders. De ene oma heeft zin om iedere woensdag een oppasdag te hebben, de andere opa kan geen genoeg krijgen van de bezoekjes van de kleinkinderen en weer een andere grootouder slaat het liever allemaal over. We zijn allemaal anders, dat betekent dat we onze rol als grootouder ook allemaal anders invullen. Andere behoeften leidt tot andere grootouders.
Andere behoeften, andere grootouders
Het is heel logisch als je er even over nadenkt. Wij mensen zijn stuk voor stuk anders. We denken niet allemaal hetzelfde, we beschikken niet over dezelfde talenten en we hebben niet dezelfde behoeften. Dat maakt ons juist zo interessant als mens. Ieder mens is uniek op zijn eigen manier, ook iedere grootouder is uniek.
Graag oppassen of gewoon oma zijn
Zo kan je als grootouder dolgraag op je kleinkinderen passen. Die tijd samen is heerlijk en jij kan de stress en de hectiek gemakkelijk aan. Of misschien wil je wel helemaal niet oppassen. Jij bent oma of opa, niet een fulltime oppasser. Natuurlijk mogen ze op bezoek komen, maar elke week oppassen op dezelfde tijd is niet voor jouw weggelegd.
Wees gewoon jezelf en erken je voorkeuren en behoeften. Praat met de ouders van je kleinkind erover. Geef aan wat voor oppasser jij bent en wilt zijn. Als je niet continu wilt oppassen, hoeft dat niet te betekenen dat je niet van jouw kleinkind houdt. Geef dat duidelijk aan, zo kan je veel misverstanden voorkomen.
“Als je niet continu wilt oppassen, hoeft dat niet te betekenen
dat je niet van jouw kleinkind houdt”
Geen band met je kleinkind
Veel grootouders voelen een speciale band met hun kleinkind. Die band is universeel, maar dat zegt niet dat iedere opa en oma dat gevoel deelt. Het kan voorkomen dat jij totaal niets hebt met een van je kleinkinderen. Je kan er niets aan doen, maar je vindt eerlijk gezegd je kleinkind gewoon niet leuk. Het is een taboe bij grootouders en toch komt het vaker voor dan je denkt.
Het kan ook zo zijn dat je wel een band hebt met het ene kleinkind, maar niet met het andere kind. Dat is een ander taboe: je hebt een voorkeur. Het is niet erg dat je een voorkeur hebt wat je kleinkinderen betreft. Het kan nou eenmaal zo zijn dat jij iets meer met het ene kind hebt omdat bijvoorbeeld jullie interesses overeenkomen. Wees je echter bewust van de manier waarop je het andere kleinkind behandeld.
Er kan aan beide taboes gewerkt worden. De eerste stap is bewust zijn. Wees je bewust van je gedrag en erken het. Je hoeft jezelf niet te veranderen, maar je kan misschien wel iets meer moeite doen. Er zijn talloze manieren om toch een band te creëren met je kleinkind. Geef gewoon niet te snel op.
Vier de verschillen, wees niet jaloers
Een andere manier waarop blijkt dat we allemaal anders zijn, is het feit dat er nog wel eens rivaliteit tussen grootouders kan ontstaan. Kinderen hebben al gauw door dat mensen allemaal anders zijn. Dat betekent dus ook dat opa’s en oma’s anders zijn en uniek zijn in hun eigen manier.
Vier die verschillen (als ze aanwezig zijn)! Wees niet jaloers op de andere grootouders, maar geniet van het feit dat je kleinkind graag bij jullie allemaal is. De relatie tussen kleinkind en opa of oma blijft een relatie vol onvoorwaardelijke liefde. Af en toe moet je daar wellicht even aan herinnert worden. Dat is menselijk.