Als je hoort dat je kleinkind diabetes type 1 heeft, schrik je wel even en komen er allerlei vragen boven drijven. Mag het kind geen snoep meer? Waar moet ik op letten bij het eten? Kan ik nog wel komen oppassen? Wat moet ik allemaal weten? Lees hier wat praktische tips.
Wat is diabetes type 1 precies?
Diabetes type 1 is een chronische auto-immuun ziekte die veel aandacht vraagt van de patiënt en zijn of haar omgeving. Het afweersysteem valt lichaamseigen cellen aan in de alvleesklier, waardoor deze bètacellen geen insuline meer kunnen aanmaken. Nu wordt er dus geen suiker omgezet in energie en wordt de bloedglucosespiegel niet gereguleerd. Dus moet de patiënt dat zelf doen. Zelf de bloedglucosewaarde meten en handmatig insuline toedienen met een prikpen of insulinepomp. De glucosespiegel wordt ook beïnvloed door koolhydraten in het voedsel, beweging, stress, hormonen, vermoeidheid en nog vele andere factoren. Veel om op te letten dus.
Verwar het niet met diabetes type 2. Dat is meestal te verhelpen met een andere leefstijl en wat medicijnen. Type 1 is nog niet te genezen.
Komt het vaak voor?
In Nederland zijn er 150.000 mensen met diabetes type 1. 15.000 daarvan zijn kinderen en jongeren. Het komt dus best vaak voor. De groei van het aantal mensen met deze ziekte zit vooral bij kinderen onder de vijf jaar.
Wat betekent het voor mijn kleinkind?
Je kleinkind zal met de bloedglucosemeter de waarde tussen de 4,0 mmol/l en de 8,0 mmol/l moeten zien te houden. Een hele klus voor een kind. Onder de 4,0 mmol/l heeft je kleinkind een hypo. Dan moet het meteen een suikerrijk drankje drinken, dus frisdrank (geen light versie) of een suikerbommetje eten, zoals dextrosetabletten.
Boven de 8,0 mmol/l is er sprake van een hyper. In dat geval moet het kleinkind nauwgezet de instructies van zijn of haar arts opvolgen.
Voor elke maaltijd en elk tussendoortje zal je kleinkind de bloedsuikerspiegel moeten meten om te weten hoeveel insuline er moet worden toegediend. En dat is dan weer afhankelijk van de huidige waarde en het aantal koolhydraten in het voedingsmiddel.
Er moet ook voor het slapengaan en soms zelfs midden in de nacht worden gemeten en indien nodig insuline worden toegediend. Kortom het heeft een behoorlijke impact op je kleinkind.
Wat is het verschil tussen een insulinepen en een insulinepomp? Hoe werkt het?
Met een insulinepomp gaat het toedienen automatisch en bij een insulinepen moet je het zelf uitrekenen en injecteren. Bij kleine kinderen doen de (groot)ouders dat. Grotere kinderen prikken zichzelf bijvoorbeeld op school. Een insulinepomp is een klein apparaatje (5 x 8 cm) dat via een klein slangetje regelmatig kleine hoeveelheden insuline in de buik, dij of bil spuit. Met de pomp blijft de waarde wat constanter, maar het nadeel is dat je kleinkind de hele dag zo’n apparaatje met zich mee draagt. Het kan ook losraken zonder dat je het merkt, wat natuurlijk nare gevolgen kan hebben. Het is altijd handig toch een insulinepen bij de hand te hebben. De arts of diabetesverpleegkundige kan het beste helpen bepalen wat het prettigste systeem is voor iedere unieke patiënt.
Hoeveel invloed heeft buitenspelen?
Over het algemeen zorgt beweging er voor dat de bloedsuikerspiegel naar beneden gaat, maar intensief sporten zorgt er voor dat de waarde juist omhoog gaat. Volg gewoon de adviezen van de ouders en de zorgverleners van je kleinkind op.
Wat kan ik doen?
- Zorg dat je altijd goed op de hoogte bent van de laatste ontwikkelingen.
- Zorg er voor dat je altijd suikerrijke voedingsmiddelen in huis hebt en neem die ook altijd mee als je met je kleinkind op stap gaat.
- Herinner je kleinkind er aan op tijd de glucosewaarde te meten.
- Praat met je kleinkind over de gevoelens die het heeft bij deze ziekte. Laat weten dat je kleinkind altijd me je kan praten.
- Laat het vooral kind zijn en geen patiënt. Vraag het gewoon te logeren, maar let dan extra op. In principe mag het kind alles eten en drinken.
- Probeer hypo’s en hypers tot een minimum te beperken en help ze zo nodig zo snel mogelijk op te lossen.
- Leer over koolhydraten, hoeveel zitten er in de koekjes die je je kleinkind geeft en hoeveel zitten er in ander voedsel?
- Laat de ouders weten dat ze heel eenvoudig allerlei hulpmiddelen voor diabetes online kunnen bestellen. Er is een groot assortiment aan glucoseteststrips, naaldencontainers en prikpennen. Bij de bestelling checken ze met het burgerservicenummer van je kleinkind hoe het is verzekerd.
Wat kan ik beter niet doen?
- Geef liever geen pizza, patat, pannenkoeken, pasta of peulvruchten te eten. Deze etenswaren maken het erg moeilijk om te bepalen hoeveel insuline er moet worden toegediend. Dit komt doordat de opname van de koolhydraten wordt beïnvloed door eiwit en vet.
- Geef geen suikervrije gebakjes, suikervrij snoep of suikervrij koekje, want ze zijn minder lekker en maken het insuline spuiten niet makkelijker.
- Ook jus d’orange is geen aanrader.
Hoe kom ik aan meer informatie
De belangrijkste informatiebron zijn de ouders en het kleinkind zelf. Vraag hoe zij met allerlei situaties omgaan. Vraag of je een keer mee mag naar de specialist, dan kan je daar ook vragen stellen waar je mee zit.