In haar column schrijft Pamela Stark over haar belevenissen met haar kleindochter Emma. Deze keer: Volhouden maar!
Emma hangt aan mijn bureau. Lusteloos tikt ze met één vinger van haar rechterhand de toetsen van de laptop in. Met haar linkerhand brengt ze het zoveelste chocolade sinterklaasje naar haar mond.
“Zo goed oma?” vraagt ze.
Ik lees wat ze heeft getypt en zucht. Een zin die in drieën geknipt moet worden om leesbaar te zijn, met ongeveer vijf of zes fouten. Emma heeft duidelijk geen zin in haar werkstuk vandaag.
Hulp bij werkstuk
Gisteren, vrijdag, was ze na school extra naar me toegekomen. Om op schema te blijven, moest ze de middelste twee hoofdstukken afmaken, zodat ze vandaag met de laatste twee kon beginnen. En ook gisteren was het doel maar ternauwernood bereikt. Ik had de radio zachtjes aangezet, om het gezellig voor haar te maken, maar om de haverklap had ze die loeihard gezet.
“Oma, dit is een goed nummer hè!”
In tegenstelling tot vandaag had ze swingend aan het bureau gezeten en was af en toe zelfs opgestaan om een zelf geënsceneerd dansje te laten zien. Ik amuseerde me kostelijk, maar bevorderlijk voor de voortgang was het natuurlijk niet.
Twee vliegen in één klap
Emma zit in groep 8. Ze moet vóór 24 november een werkstuk inleveren. Haar moeder, mijn dochter, zit middenin een verhuizing en heeft veel aan haar hoofd. Daarom bood ik aan om Emma te helpen. Ik houd van schrijven en ik houd van Emma’s gezelschap, dus dat is twee vliegen in één klap.
Maar het is ook een behoorlijke verantwoordelijkheid. Want er moet wél gepresteerd worden en het is niet de bedoeling dat ík dat werkstuk maak. Het is mijn taak om haar een beetje wegwijs te maken. Met Wikipedia, met structuur, met alinea’s, komma’s en punten. Een beetje met haar meedenken ook, over de deelonderwerpen van het hoofdonderwerp ‘grotten’. Er valt genoeg over te vertellen.
“Oma, dit is een goed nummer hè!”
“Weet je wat?” vraag ik. “Laten we dat hoofdstuk grotten bezoeken vervangen voor een hoofdstuk over prehistorische tekeningen in grotten. Weet je wat prehistorisch betekent?”
“Iets met geschiedenis toch?” antwoordt Emma lijzig en ongeïnteresseerd. Haar hand reikt naar het schaaltje chocolaatjes, dat ik snel buiten haar bereik zet. Verontwaardigd kijkt ze me aan.
Spannend verhaal
“Er waren eens vier tieners”, begin ik enthousiast te vertellen, “die tijdens een wandeling in een bos in Frankrijk een grot ontdekten. Nieuwsgierig gingen ze er naar binnen en plotseling stonden ze oog in oog met levensgrote tekeningen van dieren, gemaakt door mensen van wel 15.000 jaar geleden.”
Zelf krijg ik kippenvel bij de gedachte dat zoiets je overkomt. Maar zie tegelijk dat het ‘spannende’ verhaal Emma totaal niet boeit.
Mijn gedachten gaan terug naar een uitstapje samen naar Leeuwarden. Daar is een nostalgische winkeltje dat ik heel graag wilde zien. Emma zei dat ze er wel heen wilde, maar alléén voor mij. “Want”, zei ze wijsneuzerig: “ik houd niet zo van geschiedenis, oma. Ik ben meer van de toekomst.”
Ja, zo is Emma. Zij wil uitvinder worden, naar de TU in Delft. Maar dan zal ze toch éérst naar de middelbare moeten.
En moet dus éérst dat werkstuk af.
Volhouden maar!

Pamela is moeder van drie volwassen kinderen en oma van een elfjarige kleindochter. Met haar – Emma – heeft zij een fijne band. Samen gaan ze vaak op stap naar leuke bestemmingen, met – als het even kan – een leerzaam elementje.