In zijn column schrijft Opa Rob over de ervaringen met zijn kleindochter Lara. Deze keer: Sociaal gedrag.
Het is mooi weer en dus druk in het speeltuintje in het bos om de hoek. Daar staat Lara’s favoriete schommel. Zo eentje waar ze, net als bij een winkelwagentje, met de pootjes in vastgezet kan worden. De schommel is bezet en zo te zien zijn er wachtenden voor ons.
Ouders dan wel opa’s en oma’s cirkelen rond ‘De Schommel’ waar er maar één van is. “Is het nummertjes trekken of houden we de volgorde van aankomst bij?”, vraag ik vrolijk aan een opa die op het oog het meest ‘van mijn doelgroep’ lijkt. Dat laatste blijkt niet het geval te zijn, want een nors “ík ben in ieder geval eerder” wordt met mij gedeeld.
Vriendinnetjes maken bij de schommel
Als ik, de boel zelf een beetje in de gaten houdend, aan de beurt ben lossen we een lief meisje met dito mama af op de schommel. Hun prachtige lange zwarte haren vallen ook blonde Lara op. “Haar mooi!”, complimenteert ze het meisje dat in een vreemde taal antwoordt.
“Dat is farsi”, zegt de moeder vriendelijk. “Perzisch, Iraans. Maar ze spreekt ook goed Nederlands hoor.” De taal blijkt inderdaad geen probleem. Even later zitten de twee zusterlijk op de ‘pipwap’. Daar kunnen grote mensen een voorbeeld aan nemen, concluderen de Iraanse mama en Hollandse opa op een afstandje. Orlando, Nice, Istanboel, München enzovoorts liggen nog vers in het geheugen.
“Daar kunnen grote mensen een voorbeeld aan nemen, concluderen de Iraanse mama en Hollandse opa op een afstandje.”
Met de scooter in de supermarkt
Een paar uur later, na het traditionele plakje leverworst bij de Keurslager, volgt in de supermarkt een nieuw stukje voorbeeldig sociaal kindergedrag. Lara wil uit haar troon op de winkelwagen: ze heeft in de verte een ouder meisje ontdekt met mooi roze speelgoed vervoermiddel. Zelf is ze sinds haar verjaardag in het bezit van een driewieler, maar dit exemplaar oogt toch nog net even wat stoerder.

Lara dribbelt er respectvol heen en zegt: “Auto mooi!” Het meisje glimt van trots, maar moet Lara toch corrigeren. “Nee, dit is geen auto. Dit is een scóóter.” Ik heb niet het idee dat deze nieuwe term al definitief in haar snel groeiende kindervocabulaire wordt opgenomen, vol als ze is van het mooie roze gevaarte. “Wil je er een stukje op rijden?” Deze informatie gaat niet bepaald aan haar voorbij, want ze zit er al op. In no time suist ze rakelings langs de glazen potten pindakaas en chocopasta.
Ouders zijn the real thing
Het gaat allemaal net goed, ziet ook de oma die bij het andere meisje hoort. Ja, dat is wel eens anders geweest, stelt ze. “Ik heb hier al een paar keer om stoffer en blik moeten vragen… Maar we moeten weer verder Suus, dus zeg maar ‘dag’.” Lara krijgt ter afscheid een volle kus, voor mij heeft Suus nog een vraag.
Of ik weet hoe laat het is? Ik hoor en zie haar oma verzuchten. “Ach kind dat heb je me net ook al tig-keer gevraagd.” En tegen mij: “Alle oppasdagen door vraagt ze dat continu. Want ze weet dat haar mama om drie uur thuiskomt van haar werk en papa om zes uur. Hoe blij ze ook met oma is, hoe dichter de klokcijfers in de buurt van de 3 en 6 komen, hoe gelukkiger ze wordt.”
En zo is het. Oma’s en opa’s worden op handen gedragen en zijn leuk zo lang als het duurt, papa’s en mama’s zijn the real thing. Als we dat maar weten. J
Sinds Lara Fay in 2014 in het leven van Opa Rob (1959) stapte, staat dat ‘op zijn kop’. Hij legt zijn belevenissen met de kleine vast in een dagboek, “voor als ze later groot is.” Opa ’n Oma leest zo nu en dan mee.
Dat de dingen die Lara Fay meemaakt door Opa Rob aan het papier worden toevertrouwd, is geen toeval: opa verdient de kost als tekstschrijver (www.hoegenteksten.com). Als freelancer zijn eigen agenda beherend, wordt hij regelmatig opgetrommeld als oppas-opa. “En maken we samen veel mee. Geweldig!”
Lees hier alle bijdragen van Rob